| Rubriek | Overige |
| Titel | ‘Samen leven: de tarwe en het onkruid’ |
| Lezing door | Bart Eikelenboom |
| Plaats, datum | Amersfoort, 1-11-2025 |
| Korte inhoud | De lezing gaat over de gelijkenis van de Heer Jezus over hoe ‘de tarwe’ en ‘het onkruid’ tegelijk opgroeien, tot aan ‘de oogst’. Jezus zegt dat Hij in gelijkenissen spreekt omdat de grote mensenmassa’s ziende blind en horende doof zijn en niets begrijpen. Stichting Sense probeert het geestelijk te duiden. |
| Trefwoorden | Gelijkenis, tarwe, onkruid, rechtvaardigen, eindtijd, oogst |
| Bronnen | – Bijbel (NBV21); – DPM (Derek Prince Ministries), 2025, ‘Proclameer: Jezus is Heer’, Onderwijsbrief DPM, 24-3-2025; – Grievink, Jan-Willem, 2024, ‘Valse profeten spreken woorden uit die de mensen graag horen’, in: Cvandaag, 2-10-2024; – Groningen, Simon van, 2025, preek, De Reddingsark Bunschoten-Spakenburg, 28-9-2025; – Horsthuis, Frans, 2012, ‘Zie uw Koning komt! Opleiding tot koningschap’, Face2face uitgeverij; – Maulbetsch, Bernd, 2025, ‘Positielichten in de nacht’, in: Middernachtsroep, nov. 2025; – Lieth, Norbert, 2017, ‘Profetische ontdekkingen in de liederen van de Bijbel’ (oorspr.: Prophetische Entdeckungen in Liedern der Bibel’), Uitgeverij Middernachtsroep; – Ottenburg, Philipp, 2025, ‘De eindtijd herkennen en begrijpen’, in: Middernachtsroep, feb. 2025; – Ouweneel, Willem, 2012, ‘De toekomst van God. Ontwerp van een eschatologie’, Uitgeverij Medema; – Ouweneel, Willem, 2025, ‘De toekomst van de valse kerk’, column 302, 1-5-2025; – Reimeringer, Lotte 1985, ‘Het leven van Corrie ten Boom, 15 april 1892-15 april 1983’, Uitgeverij Gideon; – Schep, Johan, 2024, preek, De Reddingsark, Baarn, 5-10-2024; – Schipper, Jeffrey 2025, ‘Arie-Jan Mulder vergelijkt christenen met voetbalfans: “We roepen vanaf de zijlijn”’, in: Cvandaag, 24 februari 2025; – Vreugdenhil, ds. Gerrit, 2025, ‘Ds. Gerrit Vreugdenhil wijst op blinde vlek onder christenen: ‘Geestelijke strijd is reëel’, in: Cvandaag, 2025. |
‘Samen leven: de tarwe en het onkruid’
1. De gelijkenis van de tarwe en het onkruid
Het onderwerp van vandaag is de gelijkenis van Jezus van de ‘tarwe’ (in de Statenvertaling en Herziene Statenvertaling) en het ‘onkruid’ die tegelijk opgroeien op de akker. Andere vertalingen hebben het over ‘graan’ (NBV21), ‘koren’ (Bijbel in Gewone Taal en Groot Nieuws Bijbel), ‘koren’ en ‘graan’ (NBG51) aan de ene kant, en ‘dolik’ (Telos-vertaling) aan de andere kant.
Deze gelijkenis is de vierde in een serie van zes gelijkenissen die allemaal over het Koninkrijk van God gaan. (Matteüs schrijft vooral voor de Joden en die schrijven uit eerbied nooit ‘God’, maar schrijven in plaats daarvan: ‘het Koninkrijk van de hemel’). Alleen Matteüs heeft deze gelijkenis opgenomen in zijn evangelie (Matteüs beschrijft Jezus vooral als Koning, ja, zelfs als ‘de Koning der koningen’): Hij hield hun een andere gelijkenis voor: ‘Het is met het koninkrijk van de hemel als met een mens die goed zaad op zijn akker uitzaaide. Terwijl de mensen sliepen, kwam zijn vijand giftig onkruid tussen het graan zaaien en vertrok weer. Toen het jonge gewas opschoot en vrucht begon te dragen, kwam ook het onkruid tevoorschijn. De knechten kwamen de heer des huizes vragen: “Heer, hebt u soms geen goed zaad op uw akker gezaaid? Waar komt dat onkruid dan vandaan?” Hij antwoordde: “Dat is het werk van een vijand.” De knechten zeiden tegen hem: “Wilt u dat wij het onkruid weghalen?” Hij antwoordde: “Nee, want dan zouden jullie met het onkruid ook het graan lostrekken. Laat beide samen opgroeien tot aan de oogst, dan zal ik, wanneer het oogsttijd is, tegen de maaiers zeggen: ‘Haal eerst het onkruid weg, bind het in bundels bij elkaar en verbrand het. Breng dan het graan bijeen in mijn schuur’”’ (Matt.13:24-30).

Misschien is het bespreken van een gelijkenis niet het eerste waar u aan denkt bij Stichting Sense. Maar toch past het wel omdat Stichting Sense de missie heeft om zaken geestelijk te duiden. Jezus legt direct na het uitspreken van Zijn gelijkenissen uit, waarom Hij in gelijkenissen tot de grote mensenmassa’s sprak: De leerlingen kwamen naar Hem toe en vroegen: ‘Waarom spreekt U in gelijkenissen tot hen?’ Hij antwoordde: ‘Het is jullie gegeven de geheimen van het koninkrijk van de hemel te kennen, maar hun niet. … Dit is de reden waarom Ik in gelijkenissen tot hen spreek: omdat zij ziende blind en horende doof zijn en niets begrijpen. In hen komt deze profetie van Jesaja tot vervulling: “Jullie zullen goed luisteren maar niets begrijpen, en jullie zullen goed kijken maar geen inzicht hebben. Want het hart van dit volk is afgestompt, hun oren zijn doof en hun ogen houden zij gesloten. Met hun ogen willen ze niets zien, met hun oren niets horen, met hun hart niets begrijpen. … Al deze dingen zei Jezus in gelijkenissen tot de menigte; Hij sprak uitsluitend in gelijkenissen tot hen. Zo moest in vervulling gaan wat gezegd is door de profeet: ‘Ik open mijn mond om in gelijkenissen te spreken; Ik zal bekendmaken wat sinds de grondvesting van de wereld verborgen was’ (Matt.13:10-11,13-15,34-35). Jezus sprak in gelijkenissen tot de mensenmassa’s vanwege hun ‘afgestompte hart’, hun ‘dove oren’ en hun ‘gesloten ogen’. Om die reden zouden ze ‘met hun hart niets begrijpen. En dan met name ‘de geheimen van het koninkrijk van de hemel’. Deze geheimenissen zouden niet-geestelijke mensen helemáál niet begrijpen.
Hier komt Stichting Sense om de hoek kijken. Zij helpt om allerlei zaken, en zeker geheimenissen uit de Bijbel, geestelijk te duiden. Dit niet kunnen duiden van geestelijke zaken en geheimen heeft alles te maken met het onderscheid tussen gelovigen en ongelovigen (wat ‘toevallig’ ook het onderwerp van de gelijkenis is waar deze lezing over gaat): Een mens die de Geest niet bezit, aanvaardt niet wat van de Geest van God komt, want voor hem is het dwaasheid. Hij kan het ook niet begrijpen, omdat het geestelijk moet worden beoordeeld (1Kor.2:14). De Heer zei duizenden jaren geleden al tegen Daniël met betrekking tot de eindtijd: geen van de wettelozen zal het begrijpen, maar de verlichten zullen het wel begrijpen (Dan.12.10). En Paulus schreef in zijn brief aan Titus: Voor wie rein zijn, is alles rein; maar voor wie bezoedeld en ongelovig zijn, is niets rein, want zowel hun verstand als hun geweten is bezoedeld (Tit.1:15).
In dit licht is Psalm 92 bijzonder. Daar wordt het ‘niet kunnen vatten’ van geestelijke waarheden gekoppeld aan ‘het gedijen van de wettelozen als onkruid’ (met dezelfde beeldspraak van het onkruid dus, dat ‘voor altijd zal worden verdelgd’): Hoe groot zijn uw daden, HEER, hoe peilloos diep uw gedachten. Het dringt tot de dommen niet door en dwazen kunnen het niet vatten: dat de wettelozen als onkruid gedijen en de onrechtvaardigen bloeien alleen om te worden verdelgd, voor altijd (Ps.92:6-8). In Psalm 96 wordt vervolgens dezelfde beeldspraak van ‘het veld en alles wat daar groeit’ gebruikt om dit komende oordeel van God te bejubelen: Laat het veld verblijd zijn en alles wat daar groeit, laten alle bomen jubelen voor de HEER, want Hij is in aantocht, in aantocht is Hij als rechter van de aarde. Rechtvaardig zal Hij de wereld berechten, eerlijk oordelen over de volken (Ps.96:12-13).
2. De uitleg van Jezus van de gelijkenis
Tijdens Zijn leven op aarde legt Jezus geheimenissen alleen uit aan een kleine groep ‘ingewijden’. Net zoals in het algemeen de geestelijke betekenis van geheimen alleen wordt onthuld aan de kinderen van God, de christenen. Zo legt Jezus even later de gelijkenis van de tarwe en het onkruid uit, niet aan de grote massa die om Jezus heen dromt, maar wel aan de kleine kring van Zijn discipelen: Daarop stuurde Hij de mensen weg en ging naar huis. Zijn leerlingen kwamen bij Hem en vroegen: ‘Wilt U ons de gelijkenis van het onkruid op de akker uitleggen?’ Hij antwoordde hun: ‘Hij die het goede zaad zaait is de Mensenzoon, de akker is de wereld, het goede zaad dat zijn de kinderen van het koninkrijk; het onkruid dat zijn de kinderen van het kwaad, de vijand die het zaait is de duivel, de oogst staat voor de voltooiing van deze wereld en de maaiers zijn de engelen. Zoals het onkruid bijeengebracht wordt en in het vuur verbrand, zo zal het gaan bij de voltooiing van deze wereld: de Mensenzoon zal zijn engelen eropuit sturen, en ze zullen uit zijn koninkrijk al wat ten val brengt en al wie onrecht pleegt bijeenbrengen en in de vuuroven werpen; daar zullen ze jammeren en knarsetanden. Dan zullen de rechtvaardigen in het koninkrijk van hun Vader stralen als de zon. Laat wie oren heeft goed luisteren! (Matt.13:36-43).
Jezus legt uit dat ‘de akker’ de wereld is en dat daar twee groepen mensen naast en door elkaar opgroeien. Aan de ene kant ‘de kinderen van het koninkrijk’ en aan de andere kant ‘de kinderen van het kwaad’. De wereldbevolking wordt hier door Jezus, om zo te zeggen, in twee soorten mensen gesplitst: (1) christenen en (2) niet-christenen. Jezus noemt de eerste categorie ‘goed zaad’ of ‘tarwe’ en de tweede categorie ‘onkruid’ of ‘dolik’. Waar gaat dit onderscheid nu over? We zagen dat deze serie van zes gelijkenissen gaat over het Koninkrijk van de hemel, het Koninkrijk van God. Kort gezegd is het Koninkrijk van God, het rijk waarvan God de Koning is. De burgers van dat Rijk, de onderdanen van de Koning, vormen het volk van God. De centrale figuur in het Koninkrijk van God is de ‘Koning der koningen’, Jezus Christus, de Mens-geworden Zoon van God. Namens God de Vader vertegenwoordigt Hij het Rijk en voert er de heerschappij over (tot Hij het uiteindelijk allemaal weer in handen van Zijn Vader legt).
Het lastige aan het Koninkrijk van God is, dat het een tegenwoordige vorm heeft, die niet altijd zichtbaar is. Dat is de huidige christenheid. Het Koninkrijk van God heeft ook een zichtbare, toekomstige vorm met zowel een aards gebied (de wereld van de mensen op aarde), als een hemels gebied (de bewoners van de hemel). Jezus leerde Zijn leerlingen en ons immers bidden: Onze Vader, die in de hemelen zijt, Uw Naam worde geheiligd, uw Koninkrijk kome (Luc.11:2). Deze toekomstige vorm van het Koninkrijk van God is het Duizendjarige vrederijk dat Christus zal stichten bij Zijn terugkomst op aarde. In dit toekomstige Koninkrijk van God zal de gemeente, de kerk van Christus, deelhebben aan de regering. De uit de dood opgestane, en opgenomen, heiligen zullen dan meeregeren. Daarna volgt nog een oordeel voor de grote witte troon waarna een eindtoestand van de aarde wordt bereikt: ‘een nieuwe hemel en een nieuwe aarde’. (In mijn boekenreeks die hopelijk in 2026 uitkomt, ‘Zeven vragen over het christelijk geloof’, is dit allemaal uitgebreid beschreven in vraag/boek zes, dat over de toekomst gaat.)
We weten wat hét beslissende criterium is voor het ‘binnengaan van het Koninkrijk van God’, Jezus zei het Zelf: Jezus antwoordde: ‘Werkelijk, Ik verzeker u, niemand kan het koninkrijk van God binnengaan tenzij hij geboren wordt uit water en Geest (Joh.3:5). Jezus heeft het hier over de wedergeboorte. Met betrekking tot de wedergeboorte als criterium voor wie bij welke groep mensen hoort, maakt Willem Ouweneel (2025) nog een tweedeling binnen de eerste groep van ‘rechtvaardigen’; de gelovigen, de christenen. Hij splitst deze groep op in: (1a) valse christenen en (1b) ware christenen. De valse christen zijn de onwedergeboren christenen; de ‘meelopers’ en huichelaars. Dat zijn zij die niet werkelijk in Jezus geloven, niet echt op Hem vertrouwen en hun leven niet helemaal aan Hem hebben overgegeven. De ware christenen zijn de wedergeboren christenen die dat wél hebben gedaan.
Het moge duidelijk zijn dat het verschil tussen valse en ware christenen lang niet altijd goed te zien is. Het is treffend dat de Telos-vertaling in plaats van ‘onkruid’, de vertaling ‘dolik’ hanteert. In alle grote Bijbelvertalingen wordt het woord ‘onkruid’ genoemd voor de groep van ‘de kinderen van het kwaad’, maar in de Telos-vertaling staat dus ‘dolik’ in plaats van onkruid. Volgens Wikipedia wordt Dolik wordt ook wel dolikgras of drunken weed genoemd, een grassoort die sterk lijkt op tarwe in de vroege groeifase. ‘Hierdoor is het moeilijk te onderscheiden totdat de planten volgroeid zijn en de aren zichtbaar worden. Het grote probleem met dolik is, dat het vaak besmet is met een giftige schimmel waardoor het bij consumptie duizeligheid, misselijkheid en zelfs vergiftiging kan veroorzaken’ (Wikipedia). De vertaling ‘dolik’ – in plaats van ‘onkruid’ dat wel goed te onderscheiden is van het graan – past goed bij het onderscheid tussen de meelopers binnen de kerk naast de ware, oprechte christenen.
Voor het onderscheid bínnen de kerk is ‘dolik’ dus een passende vertaling, omdat het op tarwe lijkt, maar uiteindelijk schadelijk is. Het is opvallend wat Frans Horsthuis (2012) met betrekking daarop concludeert over de gelijkenis van de ‘goede en slechte vissen’, die ook over het Koninkrijk van de hemel gaat: Het is met het koninkrijk van de hemel ook als met een sleepnet dat in een meer werd geworpen en waarmee allerlei soorten vis werden gevangen. Toen het net vol was, trok men het op de oever en ging men zitten om de goede vis in kuipen te doen; de slechte vis werd weggegooid. Zo zal het gaan bij de voltooiing van deze wereld: de engelen zullen eropuit trekken en de kwaadwilligen van de rechtvaardigen scheiden, en ze zullen hen in de vuuroven werpen, waar ze zullen jammeren en knarsetanden (Matt.13:47-50). Volgens Horsthuis zeggen zowel de gelijkenis van de tarwe en het onkruid, als die van de goede en slechte vissen, iets over de ontwikkeling die de kerk doormaakt richting de ‘voltooiing van de wereld’. De kerken bevatten zowel tarwe als onkruid (dolik) en zowel goede als slechte vissen: ‘Deze worden aan het einde der tijden gesorteerd. De goede vissen worden verzameld en de ondeugdelijke weggeworpen. Dat is wat we nu zien gebeuren. Levende christenen uit allerlei kerkelijke visnetten gaan elkaar vinden rondom Jezus; anderen hebben niet voldoende gehalte om weerstand te bieden aan de wereld en vallen terug in de wereldzee. Zo wordt de christenheid uitgedund, gedecimeerd. Christenheid en wereld gaan uit elkaar, net zoals in het allereerste begin van het christendom’ (Horsthuis, 2012, p.210-211).
3. De huidige tijd: twee koninkrijken naast elkaar
De gelijkenis maakt duidelijk dat ‘de goeden’ en ‘de kwaden’ naast elkaar leven. Ze laat zien dat er op onze aarde twee koninkrijken zijn, die naast elkaar opgroeien. ‘Het goede zaad, dat zijn de kinderen van het koninkrijk’, ligt midden in een wereld die ligt in de macht van het kwaad. De Bijbel maakt immers duidelijk dat de duivel de huidige wereld regeert in: deze door het kwaad beheerste wereld (Gal.1:4). De duivel wordt immers genoemd: de god van deze wereld (2Kor.4:4). En duisternis is het karakter van deze tegenwoordige wereld: Duisternis bedekt de aarde en donkerte de naties (Jes.60:2). Er zijn ‘duistere machten’ aan het werk in deze wereld: Onze strijd is niet gericht tegen mensen maar tegen hemelse vorsten, de heersers en de machthebbers van de duisternis, tegen de kwade geesten in de hemelsferen (Ef.6:12). Onze huidige tijd wordt wel de ‘genadetijd’, de ‘eindtijd’, of de ‘heilshistorische nacht’ genoemd. Dit is de tijd waarin het onkruid woekert. De tijd waarin het kwaad zich ontwikkelt. De wereld wordt kwader naarmate de eindtijd vordert. De gelijkenis maakt duidelijk dat er werkelijk een rijk van duisternis is, waar de duivel het voor het zeggen heeft en dat is de wereld waarin we nu leven.
Geestelijk bezien, zoals past bij de missie van Stichting Sense, kunnen we constateren dat de nacht steeds donkerder wordt. Mensen en regeringen gedragen zich steeds onbegrijpelijker, onrealistischer en antigoddelijker. Dit is geestelijk goed te verklaren als we (ongelovige) regeringsleiders zien als instrumenten van duistere machten. We weten uit de Bijbel dat Satan het in de eerste plaats gemunt heeft op de gedachten van de mensen: de god van deze wereld, de heerser over de machten in de lucht, de geest die nu werkzaam is in hen die God ongehoorzaam zijn (Ef.2:1-2). De geest van Satan is werkzaam in iedereen die ongelovig, ongehoorzaam is. En logischerwijs richt hij zich daarbij vooral op de invloedrijkste personen als machthebbers, politici, wetenschappers, et cetera.
De politieke en economische ontwikkelingen van de naties in onze tijd laten op een bijzondere manier zien hoe treffend en waar het Woord van God de zondige weg beschrijft van alle geslachten van Adam. Het onkruid woekert voort en krijgt alle ruimte om te groeien. Maar er bestaat ook een ander rijk, ‘het Rijk van Zijn geliefde Zoon’ waar de kinderen van God naartoe ‘overbrengt’ en hen ‘gered heeft uit de macht van de duisternis’: Hij heeft ons gered uit de macht van de duisternis en ons overgebracht naar het rijk van zijn geliefde Zoon, die ons de verlossing heeft gebracht, de vergeving van onze zonden (Kol.1:13-14). Het tarwe (de ware, oprechte gelovigen) wordt losgemaakt uit de macht van de duisternis en overgebracht naar het Rijk van het licht van Jezus. En dat gaat vaak niet zonder strijd, de tegenstander laat zijn greep niet zomaar los. Maar wie bij Christus hoort, leeft onder een nieuwe Heer, Die werkelijk alle macht heeft: Jezus kwam dichterbij en zei tegen hen: ‘Mij is alle macht gegeven in de hemel en op de aarde’ (Matt.28:18).
Paulus zegt dat de wetteloosheid altijd wel aan het werk is, maar dat het geleidelijk zal toenemen, tot aan de openbaring van de mens van de zonde; de antichrist. De Bijbel laat zien dat deze (genade)tijd van de nacht vergevorderd is: U kent de huidige tijd: het moment is gekomen waarop u uit de slaap moet ontwaken, want de redding is ons meer nabij dan toen we tot geloof kwamen. De nacht loopt ten einde, de dag nadert al (Rom.13:11-12). Hoe dichter we het einde naderen van het huidige kwade tijdperk, hoe duidelijker we dit zien.
Dit hoeft ons niet te verbazen omdat de Bijbel het al aangekondigd heeft: er zullen valse messiassen en valse profeten komen, die tekenen en wonderen zullen verrichten om zo mogelijk Gods uitverkorenen te misleiden. Jullie moeten oppassen, Ik heb het jullie allemaal van tevoren gezegd (Marc.13:23). Wij, als lichaam van Christus, hoeven ons niet druk te maken. We moeten volhouden. Het is niet onze taak om tegen te houden waarin al is voorzien in Gods plan. Hij ziet het begin en het einde en kan elke ontwikkeling met een vingerknip stoppen. Maar nee, het onkruid moet groeien, het moet zo zijn. We kunnen kalm en gerust blijven, omdat we zien dat God de heilshistorie stuurt (Ottenburg, 2025). Wat wij moeten doen is: zoek uw kracht in de Heer, in de kracht van zijn macht. Trek de wapenrusting van God aan om stand te kunnen houden tegen de listen van de duivel (Ef.6:12).
4. Wachten tot de oogst
Het onkruid groeit dus tegelijk op met de tarwe. Goed en kwaad bestaan naast elkaar, maar alleen tót aan de wederkomst van Christus. God laat toe dat zonde en ongeloof nog aanwezig zijn, tot aan ‘een oogst’. Als Jezus de gelijkenis uitlegt, zegt Hij dat het kwaad en de zonden in de wereld tijdelijk naast het goede zullen bestaan, maar dat er een tijd zal komen waarin alles gescheiden zal worden. Het onkruid zal dan worden verwijderd en vernietigd, terwijl de goede tarwe in het Koninkrijk van God verzameld zal worden. De gelijkenis is dus niet alleen een duiding van het naast en door elkaar leven van de gelovigen en ongelovigen in onze huidige tijd, maar ook de aankondiging dat er een schifting tussen beide zal komen, in de toekomstige tijd. De gelijkenis maakt duidelijk dat, zolang de christenheid op aarde bestaat, er nauwelijks wordt geschift. De ware gelovigen leven naast elkaar met de ongelovigen en de schijngelovigen. Pas aan het einde van de tijd, bij de ‘oogst’, zal het onderscheid duidelijk worden en zal God het echte van het valse scheiden.
Overigens gaat deze tweedeling door alle denominaties heen. Er zijn trouwe volgelingen van Jezus binnen de Rooms-katholieke kerk te vinden, net zoals er zich bij de pinkstergemeente ‘valse christenen’ bevinden, die ‘de schijn van vroomheid’ ophouden: ze zullen de schijn van vroomheid ophouden, maar de kracht ervan miskennen (2Tim.3:4). Het criterium is en blijft steeds weer of Jezus Christus verloochend wordt of niet: Er hebben zich namelijk ongemerkt mensen onder u gemengd van wie het vonnis al lang geleden schriftelijk is vastgelegd: goddelozen, die de genade van onze God misbruiken als voorwendsel voor losbandigheid en die onze enige meester en Heer, Jezus Christus, verloochenen (Jud.1:4).
Wij, mensen, kunnen niet schiften. Alleen God kan dat, want alleen Hij kent de harten: ‘U, Heer, doorgrondt ieders hart’ (Hand.1:24). Daarom zegt de landman in de gelijkenis: ‘Laat beide samen opgroeien tot de oogst’. Het definitieve oordeel vindt pas plaats bij de wederkomst van Christus. Dat is de ‘oogsttijd’. Oftewel, de ‘voleinding van de eeuw’. Het einde van het huidige heilshistorische tijdperk. Dan zal de Zoon des mensen Zijn engelen uitzenden en zij zullen alle struikelblokken (dit zijn zij, die anderen laten struikelen) verzamelen en ook zij ‘die de wetteloosheid doen’ (dat zijn zij, die zich niks van Gods geboden aantrekken). Vervolgens zullen zijn hen ‘in de vuuroven werpen; ‘daar zal het geween zijn en het tandengeknars’. Dan zullen de rechtvaardigen stralen als de zon in het Koninkrijk van hun Vader.
We moeten ons realiseren – en dat kunnen dus alleen geestelijke mensen – dat er werkelijk een geestelijke en verstandelijke strijd gaande is tussen het intellectuele liberalisme van onze tijd en het geloof in God de Schepper. Wij zeggen ‘ja’ tegen het heilsplan van onze God. We moeten geduldig volharden, dat is een teken van echt geloof: Heb geduld, broeders en zusters, tot de Heer komt. Denk eens aan de boer, die geduldig blijft wachten op de kostbare opbrengst van zijn land, tot de regens van najaar en voorjaar zijn gevallen. Wees net zo geduldig en houd moed, want de Heer zal spoedig komen (Jak.5:7-8).
We zien dus hoe het onkruid en de tarwe tot op de dag van vandaag gelijk opgroeien. Aan de buitenkant kunnen wij het onderscheid tussen beide lang niet altijd waarnemen. Hierbij laat God een enorm geduld zien. En waarom? Omdat Hij niet wil dat iemand verloren gaat: Zo is het ook bij jullie Vader in de hemel: Hij wil niet dat een van deze geringe mensen verloren gaat (Matt.18:14). De Heer is niet traag met het nakomen van zijn belofte, zoals sommigen menen; Hij heeft alleen maar geduld met u, omdat Hij wil dat iedereen tot inkeer komt en niemand verloren gaat (2Petr.3:9). De gelijkenis van de tarwe en het onkruid laat zien dat God krachtig zal ingaan tegen alles wat tegen Zijn Heerlijkheid ingaat. Hij laat alles nu nog tegelijk opgroeien, maar Hij neemt de tarwe krachtig ter hand en Hij snoeit hetgeen vrucht draagt. Maar datgene wat geen vrucht draagt, zal Hij uitroeien en verbranden in het vuur.
Dit is het antwoord op de vraag waarom God nog zoveel toelaat wat in tegenspraak met Hem is. God heeft het nooit bedoeld dat de wereld zo zou zijn zoals het nu is. Maar als er iets misgaat, veegt Hij het niet weg en laat Hij het niet gaan alsof het er niet toe deed. Uiteindelijk zet God alles recht wat nu krom is. We zien op heel wat plekken in de Bijbel een ‘totdat’. Een keer stopt het en dat is bemoedigend voor de rechtvaardigen!
5. De oogst: de voltooiing van de wereld
Jezus geeft aan het einde van deze gelijkenis een profetisch inkijkje in het einde van de eindtijd: ‘zo zal het gaan bij de voltooiing van deze wereld’. De Bijbel maakt duidelijk dat de geschiedenis zich ergens naartoe beweegt. Er gaat een andere tijd komen. Een tijd waarin de volken geen oorlog meer zullen voeren en hun wapens zullen neerleggen.
Nu nog is het nacht (we lazen immers dat ‘de nacht vergevorderd is’), maar wij mogen weten dat er een einde van de nacht komt. Dan zal ‘de dag van de Heer’ komen. De dag waarop Jezus zichtbaar terugkomt naar deze wereld. Nu nog zucht de schepping, zijn er aardbevingen, overstromingen en tornado’s die alles verwoesten. Nu nog is er zo veel verlies, ziekte, pijn en dood. Maar straks zal de schepping bevrijd worden van het verderf. Het kan lijken dat God onrechtvaardig is wanneer naties en goddelozen (het onkruid) schijnbaar straffeloos hun onheil aanrichten. Maar niets blijft zonder Goddelijke gevolgen: De HEER is een wrekende God, Hij duldt niemand naast zich. De HEER is een woedende wreker, de HEER wreekt zich op zijn tegenstanders, Hij richt zijn toorn op zijn vijanden. De HEER is geduldig en zeer sterk, Hij laat nooit iets ongestraft (Nah.1:3).
De Bijbel legt uit dat ‘de oogst’ in de gelijkenis van de tarwe en het onkruid gaat over het einde der tijden. Over de voltooiing van de huidige wereld waarin zoveel onrecht heerst. In Jezus’ ‘rede over de laatste dingen’, die ook over de voltooiing van de wereld gaat, zegt Jezus dat Hij, duidelijk zichtbaar voor iedereen, terug zal komen naar deze aarde: Want zoals de bliksem de hemel van oost tot west verlicht, zo zal de Mensenzoon komen. … Meteen na die tijd van verdrukking zal de zon verduisterd worden en de maan geen licht meer geven, de sterren zullen uit de hemel vallen en de hemelse machten zullen wankelen. Dan zal het teken van de Mensenzoon verschijnen aan de hemel, en alle volken op aarde zullen zich van ontzetting op de borst slaan als ze de Mensenzoon zien komen op de wolken van de hemel, bekleed met macht en grote luister. Dan zal Hij zijn engelen uitzenden, en onder luid bazuingeschal zullen zij zijn uitverkorenen uit de vier windstreken bijeenbrengen, van het ene uiteinde van de hemelkoepel tot het andere (Matt.24:27,29-31). Opvallend is, dat Jezus het hier, net als in de gelijkenis, ook heeft over engelen die, onder luid bazuingeschal, de schifting zullen uitvoeren.
Ook in het boek Openbaring, dat voor een groot deel over de toekomst gaat, is er sprake van engelen die erop uit gestuurd worden. En ook daar wordt dezelfde beeldspraak van ‘oogsten’ uit de gelijkenis gehanteerd: Toen zag ik dit: een witte wolk, en daarop zat iemand die eruitzag als een mens. Hij had een gouden krans op zijn hoofd en een scherpe sikkel in zijn hand. Uit de tempel kwam een andere engel, die Hem die op de wolk zat met luide stem toeriep: ‘Laat uw sikkel komen om te oogsten. Want de tijd om te oogsten is gekomen; de aarde is meer dan rijp voor de oogst’. Toen wierp degene die op de wolk zat zijn sikkel op de aarde, en de aarde werd geoogst. Er kwam een andere engel uit de hemelse tempel, die ook zo’n scherpe sikkel had. Bij het altaar vandaan kwam weer een andere engel, degene die zeggenschap heeft over het vuur. Hij riep de engel met de scherpe sikkel luid toe: ‘Laat je scherpe sikkel komen om de druiven te oogsten in de wijngaard op de aarde, want de druiven zijn rijp.’ Toen wierp de engel zijn sikkel op de aarde, en hij oogstte de druiven in de wijngaard op de aarde en gooide ze in de grote perskuip van Gods woede (Opb.14:14-19).
Ook Paulus, die zoveel bijzondere openbaringen had en geheimenissen bekendmaakte, had al de inzet van engelen voorzien wanneer Jezus zichtbaar terugkomt: wanneer de Heer Jezus vanuit de hemel verschijnt. Dan komt Hij in een vlammend vuur en omringd door engelen, door wie Hij zijn macht toont; dan straft Hij hen die God niet erkennen en geen gehoor geven aan het evangelie van onze Heer Jezus. Hun straf zal de eeuwige ondergang zijn, ver van de Heer en van zijn kracht en majesteit. Op die dag komt Hij om te worden geprezen door al zijn heiligen, om te worden geëerd door allen die tot geloof gekomen zijn – ook door u, want u hebt ons getuigenis geloofd (2Tess.1:7-10).
6. Conclusie
Als God vanuit de hemel naar de wereld kijkt, ziet Hij de tarwe en het onkruid beide opgroeien. Misschien beziet Hij de aarde wel zoals wij weleens ’s nachts vanuit een vliegtuig de landing op een landingsbaan zien: ‘We kijken door het raampje naar buiten en zien niks. Alles is zwart, duister. Maar hoe dichter we bij de luchthaven komen, hoe meer kleine lichtjes in de duisternis verschijnen die de landingsbaan markeren. In het vliegtuig verspreid zich de voorpret: nog even en dan zijn we op de bestemming. Zou het voor het hart van de Vader niet net zo een vreugde en een verrukking zijn als Hij vanuit de hemel kijkt?’ (Maulbetsch, 2025).
God ziet vanuit de hemel vooral veel duisternis in de wereld. Vijandig tegenover God. Van Hem afgekeerd. Vol slogans als “Yes, we can (do it ourselves)!”. Of, nu net na de verkiezingsslogan van D66: “Het kan wél!”. We redden het zelf wel. Zonder God. We lossen onze problemen zelf wel op. We hebben u niet nodig God! De profeet Jesaja illustreert dit onderscheid heel goed als hij het werk van mensen die het allemaal op eigen kracht doen: Op die dag inspecteerden jullie de wapens in het Woud van de Libanon. Jullie zagen hoeveel bressen er in de muren van de Davidsburcht waren. Het water van het onderste waterbekken sloegen jullie op. Jullie bekeken welke huizen in Jeruzalem afgebroken konden worden om de stadsmuur te versterken. En ten slotte legden jullie tussen de muren een reservoir aan voor het water van het oude waterbekken. Maar jullie richtten je blik niet op de maker van dat alles, voor Hem die alles lang tevoren schiep hadden jullie geen oog (Jes.22:8-11).
Die mensen, net als vandaag de dag, ‘did it their way’. Ze doen alles op hun eigen manier, zonder God! (Aan het eind van de lezing zijn er enkele videofragmenten getoond uit een documentaire over het beroemde lied ‘(I did it) My way’ van o.a. Frank Sinatra. Hierin werd duidelijk dat veel van de huidige machthebbers dit lied gebruikten om te laten zien hoe zij het their (own) way gedaan hebben. We hebben daarna het bekende lied van Frank Sinatra, ‘My way’, gezamenlijk gezongen, maar dan op een nieuwe tekst, getiteld ‘I did it His Way’.)
Te midden van een ‘verkeerd en ontaard geslacht’, ziet God kleine lichtpuntjes van mensen uit alle talen en naties. Zij komen overal vandaan. Van alle continenten, uit alle talen, naties en volken. Verenigd in de liefde voor Jezus Christus treden ze naar voren en volgen ze Hem en schijnen als lichtpuntjes in de donkere nacht. Kleine lichtjes in een rijk van duisternis. Dat is het Koninkrijk van God nu. Dat is de tarwe. ‘Dat zijn de kinderen van het koninkrijk.’ Aan het eind van Zijn leven op aarde, zegt Jezus dat Hij in deze mensen wordt verheerlijkt: omdat in hen mijn grootheid zichtbaar geworden is (Joh.17:10).
We kunnen concluderen dat de uiteindelijke oogst van het tarwe een zaak van de Heer Zelf is. Christus heeft de sikkel in Zijn Hand en Hij zet Zijn engelen in om de oogst binnen te halen: ’Hij houdt de wan in zijn hand, Hij zal zijn dorsvloer reinigen en zijn graan in de schuur bijeenbrengen, maar het kaf zal Hij verbranden in onblusbaar vuur’ (Matt.3:12). De gerechtigheid is dus volledig in handen van de Rechtvaardige. Daarom kunnen we kalm zijn, want we weten dat alle zetten van de duivel uiteindelijk dienen om God nog meer te verheerlijken.
Dit is wat de gelijkenis van de tarwe en het onkruid ons zegt: het mag lang duren en de ongerechtigheid leeft in alle vrijheid tussen de rechtvaardigen, ogenschijnlijk in voorspoed en hun verdiende straf te ontlopen, maar: Er komt een dag dat de HEER zal ingrijpen, Jeruzalem, dat de buit binnen je muren wordt verdeeld. Ik zal alle volken samenbrengen – zegt de HEER – om tegen Jeruzalem ten strijde te trekken. De stad zal worden ingenomen, de huizen zullen worden geplunderd en de vrouwen verkracht. De helft van de inwoners wordt in ballingschap weggevoerd, maar het deel dat overblijft zal niet worden uitgeroeid. Daarna zal de HEER uittrekken en de strijd tegen die volken aanbinden, net als weleer. Die dag zal Hij zijn voeten op de Olijfberg planten, ten oosten van Jeruzalem (Zach.14:1-4).
Elke nieuw gekozen regering zegt het onrecht uit te zullen bannen, maar geen enkele regering heeft het ooit gerealiseerd. De Bijbel kondigt geen berusting hiervan aan, ook geen revolutie, maar: herstel. Volledig herstel van de Goddelijke orde en ordening. Ikzelf denk dat het niet heel lang meer duurt voordat Jezus terugkomt met grote kracht en heerlijkheid. Dan zal Hij Zijn voeten zetten op de Olijfberg, vlak naast Jeruzalem in Israël, iets wat iedereen zal kunnen zien. Dan zal Hij gerechtigheid spreken en dán zal Hij de rechtvaardigen scheiden van de onrechtvaardigen; dat is de oogst. Dan zal: De God van de vrede … Satan nu spoedig te gronde richten en aan uw voeten leggen (Rom.16:20).
7. Bemoediging: volledig herstel en gerechtigheid zál komen
Zoals de boer wacht op de oogst, zo wachten wij ook op de oogst van de tarwe en het onkruid. Wij wachten op de komst van het zichtbare Koninkrijk van God over de hele aarde, waarbij het rijk van de duisternis wordt vernietigd. We moeten geduldig zijn, geduldig volharden tot aan deze oogst. We weten dat we tot die tijd regelmatig verdrukking lijden: ’Jullie zullen het zwaar te verduren krijgen in de wereld, maar houd moed: Ik heb de wereld overwonnen’ (Joh.16:33). In Nederland mag het dan nog niet zo erg zijn, maar op dit moment worden er wereldwijd 380 miljoen christenen vervolgd en verdrukt. Dat is 1 op de 7. Iets waarvan we nauwelijks iets horen in het journaal.
De gelijkenis van de tarwe en het onkruid mag een bemoediging voor ons zijn omdat de tijd van de nacht niet eeuwig zal duren. Heel de Bijbel is doordrongen van het thema van de wederkomst van Jezus Christus naar de aarde. Alleen al in het nieuwe testament wordt het meer dan 300 keer genoemd. Eén op de dertien verzen gaat over dit geweldige thema. De hele wereld- en heilsgeschiedenis is erop gericht. Jezus is de Leidsman en de Voleinder. Hij heeft het eerste én het laatste woord. En wanneer Hij komt, dan houdt voor het eerst in de menselijke geschiedenis de onderdrukking en benauwdheid werkelijk op. Bij Zijn wederkomst stopt alle vervolging. Wat een bemoediging voor het geduldig wachten.
Job zei het al in één van zijn redes dat de onrechtvaardigen, ‘de goddelozen’, nu nog hun gang kunnen gaan met hun duistere praktijken, maar dat er werkelijk een moment komt dat recht zal geschieden en dat ze worden ‘neergemaaid’ en ‘afgesneden’ (en zei God niet twee keer over Job dat hij ‘juist over Hem gesproken had? Nadat de HEER tot Job had gesproken, richtte Hij zich tot Elifaz uit Teman: ‘Ik ben in woede ontstoken tegen jou en je twee vrienden, omdat jullie niet juist over Mij hebben gesproken, zoals mijn dienaar Job. … [jullie] hebben … niet juist over Mij gesproken, zoals mijn dienaar Job’ (Job42:7,8)):
De goddelozen zijn de vijanden van het licht,
zij willen zijn wegen niet kennen
en weigeren zijn pad te volgen.
Voor het dag wordt, staat de moordenaar op
om de arme en behoeftige te doden;
als een dief sluipt hij door de nacht.
De echtbreker wacht de avondschemer af,
hij denkt: Geen oog zal mij nu herkennen,
en bedekt zijn gezicht met een masker.
In het donker dringen zij de huizen binnen;
na zonsopgang houden zij zich schuil
om aan het daglicht te ontsnappen.
Het diepste duister is voor hen als de ochtend –
ze zijn met zijn verschrikkingen vertrouwd.
Maar ze zijn onbestendig als schuim op het water,
hun bezit wordt door ieder in het land vervloekt;
niemand slaat de weg in naar hun wijngaarden.
Zoals droogte en hitte smeltwater doen verdwijnen,
zo rukt het dodenrijk hen die gezondigd hebben weg.
Zelfs de moederschoot kent hen niet meer;
de wormen doen zich aan hen tegoed.
Hun namen raken in vergetelheid –
als een boom wordt hun misdadigheid geveld.
Ze mishandelen de vrouwen, die onvruchtbaar worden,
ze staan de weduwen niet bij.
Maar God grijpt de sterken aan, met al zijn kracht,
de goddelozen richten zich op, ze zijn hun leven niet zeker.
Hij laat hun een schijn van veiligheid waarop ze steunen,
maar geen van hun daden ontsnapt aan zijn blik.
Kort duurt hun voorspoed – dan zijn ze er niet meer,
ze verschrompelen, als neergemaaide halmen,
als afgesneden korenaren (Job.24:13-24).



